Brutoloon via loonaangifteketen wordt basis voor pensioen
Cao-partijen in de verschillende vervoerssectoren hebben nadere invulling gegeven aan een eerder gemaakte afspraak over de basis voor het pensioen dat werknemers opbouwen. Vanaf 1 januari 2027 is het volledige brutoloon ‘pensioengevend’. ‘Pensioengevend’ wil zeggen dat het meetelt bij de opbouw van pensioen en bijbehorende pensioenpremie. Op dit moment tellen bepaalde toeslagen niet of niet volledig mee. Hiermee kan voor de inwinning van de loongegevens gebruik gemaakt gaan worden van een koppeling met de Belastingdienst, de loonaangifteketen.
De vastlegging van deze nadere invulling is gedaan in een tweede addendum op het transitieplan voor de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit addendum is te lezen op in het transitieplan.
Waarom deze nadere invulling van het pensioengevend loon?
1. Dezelfde pensioenbasis voor alle werknemers: Door deze aanpassing bouwen alle werknemers een pensioen op uitgaande van dezelfde basis: het volledige brutoloon. Ongeacht de samenstelling van het loon.
2. Beter behoud van de leefstijl na pensioneren: Cao-partijen vinden dat werknemers hun leefstijl moeten kunnen behouden als ze stoppen met werken en met pensioen gaan. Door het hele brutoloon mee te laten tellen voor de opbouw van pensioen, wordt het gat tussen het laatste brutoloon en het inkomen na pensioneren kleiner.
3. Gelijk speelveld voor werkgevers: Alle werkgevers gebruiken straks dezelfde en handhaafbare definitie voor het pensioengevend loon. Hiermee wordt concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen.
4. Meer gemak en minder fouten: Door de nieuwe afspraken wordt de administratie een stuk eenvoudiger. Er is straks een koppeling met de Belastingdienst. Lees verderop meer hierover. Verder is de pensioenregeling makkelijker uit te leggen.
Wat betekent dit voor de pensioenpremie vanaf 1 januari 2027?
Omdat álle bruto looncomponenten gaan meetellen, kan de pensioenpremie hoger worden. Om dit effect te dempen, is ook het volgende afgesproken:
Door het aanhouden van het volledige brutoloon voor de berekening van het pensioengevend loon, kunnen de effecten voor medewerkers met veel overuren en toeslagen aanzienlijk zijn. Door ook voor de uren boven de 40 uur rekening te houden met de franchise dempen we dit effect.
De franchise vanaf 1 januari 2027 wordt hoger dan de wettelijke franchise die we nu aanhouden. Hoeveel hoger hangt af van de sector. Meer hierover in het tweede addendum op het transitiepl
1. De franchise geldt straks ook voor de uren boven de 40 uur per week
De franchise is het deel van het uurloon dat niet meetelt voor pensioen. Stel, de franchise is vanaf 1 januari 2027 op jaarbasis € 17.800.
De franchise is dan op uurbasis € 8,56 (€ 17.800 / 2080 uur).
Per gewerkt uur telt € 8,56 niet mee voor het pensioen.
De franchise per uur geldt op dit moment voor de uren tot 40 uur per week (2.080 uur per jaar). Vanaf 1 januari 2027 geldt de franchise op uurbasis ook voor de uren boven de 40 uur. Hiermee zijn overuren minder pensioengevend. Dit betekent ook dat bij overwerk boven de 40 uur de franchise op jaarbasis dus hoger wordt dan het genoemde voorbeeld van € 17.800.
Bij bijvoorbeeld 2.500 gewerkte en verloonde uren in 2027 is de franchise op jaarbasis daarmee dus € 21.400 (€ 8,56 x 2.500).
2. De franchise wordt tijdelijk hoger dan de wettelijke franchise
In onze sector wordt de franchise vanaf 1 januari 2027 € 1.900 hoger dan de wettelijke franchise op 1 januari 2027. Deze hogere franchise blijft gelden tot deze wordt ‘ingehaald’ door de wettelijke franchise (die elk jaar omhooggaat). De verwachting is dat dit 4 jaar duurt.
Het effect is een lagere premie: Per werknemer die voltijd werkt, scheelt de hogere franchise in 2027 € 570 premie (€ 1.900 extra franchise betekent dat dit bedrag niet meetelt als pensioengevend salaris, vermenigvuldigd met 30% premie). De werkgever betaalt ongeveer 2/3 van dit bedrag minder en de werknemer 1/3.
Doordat de franchise tijdelijk hoger is, is de pensioenopbouw tijdelijk lager. Dit leidt over de verwachte 4 jaar tot € 7,08 bruto per maand minder pensioenopbouw. Hier staat tegenover dat ook de pensioenpremie lager is en er dus minder op het loon van werknemers wordt ingehouden. Hiermee blijft er in 2027 ongeveer € 16 per maand meer aan bruto salaris over.
Als momenteel bepaalde toeslagen (boven de € 1.900 extra franchise) nog niet pensioengevend zijn, kan de pensioenpremie voor sommige werknemers toch iets hoger uitvallen. Hiertegenover staat uiteraard wel een hogere pensioenopbouw.
Wat betekenen deze maatregelen voor de pensioenopbouw?
De pensioenopbouw verandert door de maatregelen. Wat er precies gebeurt, hangt af van het huidige loon van werknemers:
• Wordt er nu al over (bijna) het hele loon pensioen opgebouwd? Dan gaat de pensioenopbouw tijdelijk iets omlaag. Dat geldt ook voor de premie. Hiermee houdt de werknemer iets meer over van het loon.
• Wordt er over een groot deel van het loon nog géén pensioen opgebouwd? Dan gaat de pensioenopbouw vanaf 2027 direct omhoog.
Een koppeling met de Belastingdienst: eenvoud én gemak!
Omdat het hele brutosalaris meetelt, kan Pensioenfonds Vervoer vanaf 1 januari 2027 gebruikmaken van loongegevens uit de ‘loonaangifteketen’. Wat betekent dit?
• Werkgevers of hun administratiekantoren hoeven vanaf 1 januari 2027 geen loongegevens meer aan te leveren via een werkgeversportaal aan Pensioenfonds Vervoer. Het pensioenfonds krijgt de loongegevens rechtstreeks van de Belastingdienst via UWV.
• Minder fouten en tijdwinst: Omdat de gegevens rechtstreeks uit uw loonaangifte worden gehaald, is de kans op fouten veel kleiner.
Werkgevers en administratiekantoren krijgen in de loop van dit jaar meer gedetailleerde informatie over de overstap naar de loonaangifteketen.